Historie

De Classic Addy is een zogenaamde 10 Meter Klasse. Dit zijn wedstrijdschepen die gebouwd zijn volgens de International Rule die oorspronkelijk stamt uit 1907. De uitkomst van een ingewikkelde formule, waarin alle mogelijke maten van een schip zijn opgenomen, geven een metrische uitkomst die aangeeft met wat voor schip men te maken heeft. Zo zijn o.a. de 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 15, 19 en 23 Meter Klassen ontstaan. In de loop der jaren zijn er een aantal kleine aanpassingen geweest in de formule, zodat men nu over First, Second en Third Rule schepen spreekt. Doordat men steeds meer naar de maximale toegestane lengte bouwde , werden de schepen dan ook steeds iets groter. Een 10 Meter uit 1908 is ongeveer 14 meter lang, terwijl één uit 1937 16,50 tot zelfs 17,50 Meter lang is.

In eerste instantie ging de belangstelling uit naar een 8 Meter. Zoals Uffa Fox ooit schreef bieden schepen uit deze klasse net voldoende accommodatie voor een ” gentleman” om met voldoende comfort te kunnen overnachten en te toerzeilen, terwijl het in wedstrijden met een paar vrienden of professionals tot bijzonder aansprekende prestaties in staat is. In 1930 verstond men echter heel iets anders onder comfort dan heden ten dage. Een 8 Meter heeft hondekooien en twee langsscheepse banken in de hoofdkajuit. Soms nog een klapkooi in het vooronder tussen de zeilen. Hoewel 14 tot 15 meter lang, is een 8Meter bijvoorbeeld maar zo’n 2,5 meter breed. Voor langere tochten in Nederland en daarbuiten was dit niet geschikt voor Henk Bouma en zijn vrouw Addy.

Zijn zoektocht verplaatste zich toen naar de door de America’s Cup bekend geworden 12 Meter klasse. Door de hernieuwde belangstelling, waar deze schepen zich momenteel in mogen koesteren, bleek echter al snel dat een gaaf schip te duur was en er verder nauwelijks nog “te restaureren” schepen te vinden waren. Toen kwam de 10 Meter Klasse in beeld. Ook hier bleken de prijzen weer niet in verhouding te staan tot het geleverde. Zeker als men bedacht dat alle schepen , hoewel min of meer vaarklaar, toch volledig gerestaureerd moesten worden om aan zijn eisen te kunnen voldoen.

Met de 10 Meter had Henk wel precies het schip gevonden dat hij zocht. Een wedstrijdschip met allure waarmee je op de regatta’s voor klassieke schepen in zowel Noord Europa als de Middellandse Zee voor de dag kan komen. Daarnaast ook een schip dat, mits op de juiste wijze uitgerust, uitermate geschikt is voor tourzeilen of langere tochten op zee met kleine bemanning. Na twee jaar zoeken wist hij nu precies welk schip hij wilde hebben, maar toen bleek dat een dergelijk schip niet te koop was. Dan maar zelf bouwen besloot hij toen.

1Er zijn niet zo veel 10 Meters gebouwd. Er is gekeken naar ontwerpen van Sparkman en Stephens en Nigel Burgess, maar de mooiste en snelste kwamen van de tekentafels van de Noorse Johan Anker. In het Maritiem Museum van Oslo liggen al deze tekeningen en hier vond Henk zijn droomschip. Het was de Noreine uit 1936. Bijna alle 10 Meters hebben een flush-deck. Later werden sommigen tot toerschip verbouwd en kregen een opbouw. De Noreine had bij de bouw al een lange opbouw gekregen. Dit gaf ongetwijfeld een hoop ruimte benedendeks, maar ontsierde de lange, fraaie lijnen behoorlijk. Henk koos voor deze romp, maar dan wel volgens de oorspronkelijke tekeningen met een flush-deck.

2-1