Bouw

De Bouw van de Classic Addy

Voordat met de bouw kon worden begonnen, zijn er eerst de benodigde tekeningen gemaakt. Want hoewel de hoofdlijnen er waren, welke door Johan Anker prachtig zijn ontworpen, moesten nog veel details en constructieve eisen uitgewerkt en getekend worden.

Aan twee tegenstrijdige eisen moest voldaan worden. Enerzijds een volstrekt waterdicht en sterk schip, anderzijds moet er mee deelgenomen kunnen worden aan de regatta’s voor klassieke schepen in Europa. Niet uit de Spirrit of Tradition Klasse, waar zo veel replica en andere retro-klassiekers in terecht komen, maar gewoon met de oude klassieke schepen, echte s-spanten die van echt hout zijn gebouwd.

In groeiende mate worden toelatingseisen voor deze evenementen bepaald door de regels van de CIM ( Comité International de la Méditerranée). Deze instantie verzorgt de meetbrieven voor alle schepen die willen deelnemen aan de grote regatta’s in Italië, Frankrijk, Spanje en, zoals in 2001, de America’s Cup Jubilee in Cowes. Stukje bij beetje volgt men ook in Noord Europa, hoewel gelukkig bij lange na niet zo extreem als bij onze zuiderburen. Kort samengevat en enigszins gesimplificeerd moet een schip, dat wil uitkomen in de Vintage Klasse, gebouwd zijn naar een lijnenplan dat ouder is dan 31 december 1949. Men moet materialen gebruiken die toen bestonden. Gebruik van epoxy in de romp bijvoorbeeld is toegestaan als lijmverbinding, als het maar geen duidelijk gewichtsvoordeel biedt. Een romp voorzien van een mat is niet toegestaan. Plank on frames, heet dat zo mooi in het Engels. Gangen op spanten dus. Indien men een schip bouwt dat aan deze criteria voldoet, krijgt men een meetbrief waarin alleen een straf op de leeftijdscorrectie is opgenomen en eventueel een paar andere kleine straffen voor materiaalgebruik en modern beslag. In theorie moet men daarna op de gelijkwaardige wijzen kunnen strijden tegen 60 of 70 jaar oude klassiekers. Gelijkwaardig voor beide partijen wel te verstaan.

In december 2001 is daadwerkelijk met de bouw gestart door Henk Bouma en Nico Balder, een ervaren en zeer vakbekwame scheepstimmerman.

Zoals op de foto’s is te zien, is de romp op traditionele wijze op zijn kop gebouwd en vervolgens op spectaculaire wijze gekeerd voor de afwerking van dek en interieur. Alle spanten weden gelamineerd, waarbij sommigen zelfs al direct op de schotten werden bevestigd. Wanneer men een spant lamineert is de vorm eigenlijk vierkant met haakse hoeken. De gangen van een jacht verlopen van voor naar achteren en raken de spanten, dus nergens haaks. Aan de hand van de tekeningen werd het verloop van de romp van tevoren al verwerkt in de spanten, zodat langdurig passen en schaven overbodig werd. De investering in een kostbare, maar zeer nauwkeurig in te stellen, freesmachine met hoekinstelling van de as, heeft zich dubbel en dwars terugverdiend.

Bij de romp is een bouwwijze gebruikt die het midden houdt tussen gangen en lattenbouw. Nadat alle gangen heel nauwkeurig op kleur en houtstructuur waren gesorteerd om een zo regelmatig mogelijke romp te krijgen, werden ze over de lengte precies doormidden gezaagd. Eén kant van de lat werd bol geschaafd en de ander hol. Vervolgens werden deze “latten” op de gelamineerde spanten geschroefd maar ook met deze lange spijkers en lijm aan hun voorgangers bevestigd. Samen met de reeds ingelijmde schotten ontstond hiermee een romp die onvoorstelbaar stijf en water dicht is. Dit is zo precies gedaan dat je echt met je neus op de huid moet gaan zitten om de zaagsneden in het midden van de gangen van de blank gelakte romp te kunnen onderscheiden. Een ander voordeel van deze bouwwijze is dat door smalle latten de hoek waarmee de gangen elkaar raken kleiner wordt en er vervolgens veel minder geschaafd hoefde te worden om een strakke en mooi rondlopende romp te krijgen. Eenmaal gedraaid kwam de prachtige romp voor het eerst volledig tot haar recht en kon men vooral ook zien hoe perfect de spanten en de schotten op de huid aansloten.

Het interieur is voor een groot gedeelte apart gemaakt door meubelmaker Aad Engeringh en reeds tijdens de bouw gemonteerd. Zo ontstond razendsnel een compleet interieur. Het moest een klassiek schip worden met een zo oorspronkelijk mogelijke uitstraling. Het interieur is daarom afgewerkt met fraaie mahonie panelen terwijl de eiken dekbalken en witte plafonds een mooi contrast geven. Het teak dek heeft een hechthouten onderlaag waar naden in zijn gefreesd om de suggestie van massief te geven.

Het dek bestaat uit twee lagen hechthout van 12mm, waarop nog eens een laag van 12mm teak is verlijmd. De vissingstukken en lijfhouten zijn van gelakt mahonie. Henk heeft gekozen voor het strakke oorspronkelijke flush-deck. Dit geeft een schitterend ruim gevoel , waarbij haar prachtige lijnen volledig tot hun recht komen en alleen worden onderbroken door een schuifluik bij de hoofdingang, een kleiner luik in het voordek en lage prachtig afgewerkte koekoeks boven de hoofdkajuit en de eigenaarshut.

De mast en giek zijn van Sitka en zijn ook door Henk en Nico gemaakt. De mast is in totaal 21,5 meter lang en steekt 19,5 meter boven het dek uit. Behalve het RVS zalingbeslag dat hoog in de mast zit, is alle beslag zowel op de mast en giek als aan dek in gegoten brons uitgevoerd. De zeilen zijn zeer traditioneel gesneden. Fraaie, smalle banen in een klassiek ogende crème kleur met leren versterkingen in de hoeken en zwarte stiksel. Ze zijn in samenwerking met Henk ontworpen en gesneden door Den Boer uit Numansdorp en De Vries uit Lemmer geeft ze genaaid en afgewerkt. De lieren zijn weliswaar self-tailing, maar ook van brons en komen van Meissner uit Middelburg.